Het moestuinproject
van de Zaanse grootgrutter wordt door een van mijn kinderen enthousiast
uitgevoerd. Elke dag gaat hij weer kijken bij de potjes die voor het raam
staan: ‘Er is er weer een uitgekomen, papa.’ Natuurlijk kom ik kijken.
Inderdaad, nu heeft ook de bieslook zijn eerst prille groen boven de aarde. Driftig
maakt hij plannen hoe het verder gaat met al zijn groentes. Natuurlijk die vraag: ‘Wanneer
gaan we de broccoli eten?’ Wat een kracht zit er toch in die natuur, dat zo
iets moois uit zaad, vocht en aarde kan ontstaan.
Het doet me
verlangen naar de eerste lentedag. Van mij mag hij morgen komen of anders
gisteren geweest zijn. Die dag dat je voelt dat het weer zomer gaat worden. Dat
de zon weer kracht krijgt en dat de bomen weer in het blad gaan schieten. Zo’n
dag dat je vrolijk bent en het liefst op een terras zou gaan zitten. Martin
Bril noemde dat rokjes dag.
Voor mij is dat
gevoel en die kracht in de natuur een aanwijzing voor het bestaan van God. Want
zo’n uitbundige wil om te leven moet toch ergens vandaan komen? Iemand moet dat
toch aan de natuur hebben meegegeven? Dat nieuwe leven in de bieslook en in de
hyacint die naar boven komt, dat laat zien dat God elke keer weer opnieuw
begint. Het lenteproject wordt elk jaar weer enthousiast door God uitgevoerd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten