donderdag 27 november 2014

De mensen worden steeds liever

Vanmorgen zag ik op het journaal (sinds ik weer vaak ‘s morgens vroeg een fles aan het geven ben, heb ik ontdekt dat er al heel vroeg  een journaal is.), dat veel maatschappelijke organisaties een enorme groei doormaken. Veel mensen willen zich kennelijk inzetten om de wereld waarin ze leven beter te maken. Fantastisch en ik zag er een bevestiging in van wat ik vaak denk als ik mensen hoor mopperen dat ons land steeds verder afglijdt. Dan zie ik al die aardige mensen in mijn omgeving die elke morgen naar mij zwaaien als ik aan het werk ben. Ik bedenk dat uit allerlei cijfers blijkt dat Nederland steeds veiliger wordt (ook als mensen dat lang niet altijd zo ervaren). En in de meeste ziekenhuizen en verzorgingshuizen gaat het best goed. Misschien komt het omdat ik, zoals ze bij mij thuis zeggen, een positief geheugen heb. Ik schijn vooral de leuke kanten van het leven te zien en te onthouden. Ik vind het prettig wonen en leven in Nederland. Ik dank God dat ik hier woon.

Paulus schrijft aan zijn jonge helper Timotheüs dat de mensen steeds egoïstischer zullen worden. Zoals ik het zie is dat op dit moment niet zo aan de gang. Ik dank God dat hij met zijn Geest zo aanwezig is dat mensen het goede zoeken voor deze wereld en voor de mensen om hen heen. Veel mensen doen wat Paulus zijn collega adviseert: ze keren zich af van de mensen die alleen maar op zichzelf uit zijn.

donderdag 20 november 2014

Ik geniet me kapot

In de brieven die Paulus schrijft aan zijn jonge helper Timotheus komt een prachtige zin voor over de toekomst. Het is een beschrijving die ik zeer typerend vind voor Nederland: ‘Het genot zullen ze meer liefhebben dan God.’ Laatst zag ik een documentaire over een nieuwe attractie in de Efteling. Het moet een groots spektakel worden, want zei de ontwerper: ‘de mensen willen telkens meer genieten. En als het niet heftiger is dan vorig jaar, dan slaat de verveling toe. Dan komen de mensen niet meer naar het park.’

Verveling is de andere kant van de jacht naar genieten. En er wordt veel verveeld, omdat het gewone leven niet meer spannend is. We genieten ons kapot. Hoe komt het dat we ons kapot genieten? Omdat, zegt Paulus, genieten een soort God is geworden. Oud en jong kan je horen zeggen in Nederland dat het leven zinloos is als je niet geniet. Zo is genot het hoofddoel van het leven geworden. Dat lijkt heel leuk (genieten is fijn), maar ook een onmogelijke opdracht. ‘ Het leven is een feestje, maar je moet zelf de slingers ophangen,’ is een vreselijke zin. Het geeft je een taak die mensen onmogelijk kunnen doen. Soms is het leven gewoon voortkabbelend. Dat is prima. Vooral als je weet dat je leven toch zin heeft, omdat God er is en van je houdt.   

donderdag 13 november 2014

De rijdende rechter blijft leuk

De rijdende rechter blijft een leuk programma. Deze week over een familie met zeven honden in huis die nogal overlast veroorzaakten. Het grappigste was dat de hondenbezitters de zaak hadden aangespannen. Maar toen er iets dieper op de zaak werd ingegaan, liep ze boos weg. Ze kon wel beginnen met ruzie maken, maar ze kon het niet volhouden. Zeven honden in het huis naast je die geregeld tegelijkertijd gaan blaffen. Het lijkt me vreselijk



Maar wat zou je dan moeten doen? Je buren zijn ongetwijfeld gehecht aan die beesten. Moet je er ruzie over gaan maken? Ruzie kan best lekker zijn: het lucht op. (schijnt, ik ben niet zo heel goed in ruzie maken. Ik vermijd conflicten liever.) Maar ja, het blijven je buren. Dus wat heb je eraan als je elkaar niet meer groet of als je elkaar op allerlei manieren gaat dwars zitten?

Nee, ruzie kan je het beste vermijden. Zeker als het is met mensen die je geregeld tegen komt. Precies zoals op  een liedje van Bert en Ernie dat we met onze kinderen vaak luisterden in de auto: ‘Geen ruzie in de auto, want daar schiet je niets mee op.’ En als je ruzie hebt, dan ga je vaak dingen zeggen die je helemaal niet meent. Je fokt je eigen boosheid op. Paulus geeft daarom als belangrijke tip aan zijn jonge helper Timotheus dat hij het tegenovergestelde moet doen: Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn.

O ja, wij hebben zelf gelukkig hele aardige buren!

donderdag 6 november 2014

Leeg gepraat van mensen uit de politiek

Als ik in de auto zit dan luister ik vaak naar Radio 1. Ik vind het leuk om allerlei discussies te horen en iets te weten van wat er speelt in de wereld. Het leuke van radio 1 vind ik ook dat er niet heel lang over een onderwerp wordt doorgepraat. Ik houd van afwisseling en veel verandering. Maar soms doe ik de radio geïrriteerd uit. Dan vind ik er niets aan. Dat is als er politci aan het woord komen die een standpunt proberen te verdedigen en dat met zoveel trucjes doen dat ik niet snap waar het eigenlijk over gaat. Deze week nog. Zegt de een: 'Als u eerlijk bent, zult u het met me eens zijn dat.' Ik denk dan: wat een oneerlijke manier van praten om zo iemand als oneerlijk neer te zetten die het niet met je eens is. Zegt de ander iets later in het gesprek: 'Als we het redelijk bezien, dan zult u met me eens zijn dat.' en ik denk weer: dus die ander is niet redelijk? Wat een rare manier van praten.
Die discussiemaniertjes zijn nog tot daar aan toe. Maar helaas gaat het meestal nergens over. Het lukt mij tenminste zelden om te snappen waar de gesprekken over gaan en wat de verschillen zijn als het om concrete dingen gaat. Wat een taal zonder inhoud. Ik doe de radio maar uit en denk wat Paulus schrijft aan zijn helper Timotheus: Luister niet naar zinloos en leeg gezwets, want het voert steeds verder van God weg.
Binnenkort mag ik kiezen voor de gemeenteraad in Nissewaard (samenvoeging van Spijkenisse en Bernisse). Ik ben nieuwsgierig of de plaatselijke politici verder komen dan zinloze zinnen.

donderdag 30 oktober 2014

Graaiers aan de top

De laatste tijd komen er geregeld bedrijven in het nieuws omdat ze mensen moeten ontslaan. Verdrietig voor mensen als ze hun baan kwijt raken. Zeker als ze door hun leeftijd lastig iets anders kunnen vinden. Belachelijk vind ik het als vlak daarna blijkt dat in hetzelfde bedrijf de top een enorme bonus heeft gekregen en dat hun salaris gestegen is. Daar was kennelijk wel geld voor. Het zijn graaiers in nette pakken.
Economen steggelen al jaren over een goede verhouding tussen de beloning van de top van het bedrijf en de minst verdienende. Is het reëel als de baas tien keer zoveel verdient als de schoonmakers? Of mag dat wel twintig keer zoveel zijn? Wat doet het met de motivatie van mensen als de leiding steeds meer gaat verdienen en de salarissen in de andere regionen van een bedrijf bevriezen of zelfs dalen?
De bijbel heeft hier natuurlijk ook ideeën over. Ik zou kunnen wijzen op het dienende leiderschap dat de bijbel laat zien. Koningen en leiders mogen zich niet voor laten staan op hun rijkdom en kwaliteiten, maar moeten anderen helpen en bijstaan. Maar Paulus kan het veel korter zeggen met een zin als een gezegde: ‘De boer die het zware werk doet, heeft als eerste recht op de oogst.’ Als er dus geoogst kan worden in de vorm van bonussen, wie heeft dan het zwaarste werk gedaan?

donderdag 16 oktober 2014

Samen in een huis

Als je met meer mensen in een huis woont, dan moet je rekening met elkaar houden. Dat geldt voor de herrie die je maakt als anderen slapen (ik schijn altijd mensen wakker te maken), voor de rommel die je maakt (ik schijn wel eens een en ander niet op te ruimen) en ook voor het eten wat je klaarmaakt (sommige dingen zijn heel lekker, maar dat vindt niet iedereen).
 
Met meer mensen in een huis wonen betekent dat je altijd compromissen moet sluiten. Je bent het nooit helemaal met elkaar eens. Samen in een huis leven is natuurlijk erg gezellig, want je bent altijd samen, maar het is tegelijk een kwestie van geven en nemen.
Het is daarom mooi om te zien dat God niet bij ons komt wonen. Dat deed hij lang geleden wel bij Maria en Jozef. Toen kwam de zoon van God bij mensen wonen. Dat bleek soms lastig te zijn. Zijn ouders snapten niet altijd alles van hem. Die konden maar moeilijk rekening met hem houden.
Maar nu woont God niet meer bij ons, het is nog veel meer: God woont in ons. Paulus zegt het zo tegen zijn collega Timotheus: Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede dat je is toevertrouwd. Dat maakt het een stuk makkelijker voor ons. Nu God in ons woont zijn we altijd samen en hoeven we niet eens te geven en te nemen. We ontvangen alleen maar.

donderdag 9 oktober 2014

Collecteren in een villawijk

Iedereen die ooit met een collectebus langs deuren ging, weet het. Hoe groter het huis, hoe minder kans dat mensen gul geven. Het irritantste vind ik vooral de blik erbij, die uitstraalt: hoe durf je me eigenlijk te storen? Alsof ze het liefste zouden zeggen: wie ben jij eigenlijk, klein rotvliegje? Van veel geld word je kennelijk arrogant.
Dat zie ik ook terug in het verkeer. Hoe groter de auto, hoe vaker geprobeerd wordt om voor te piepen als ik met mijn Renault Cliootje aan kom rijden. Kennelijk gaat het in je genen zitten dat je eigenlijk meer bent als je wat meer geld hebt. Als je alles kan kopen met geld, dan maakt dat kennelijk hoogmoedig.
Zoals altijd heeft de bijbel weer een wijze les in petto. Dit schrijft Paulus aan zijn jonge helper Timotheus: ‘ Draag de rijken van deze wereld op niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten.’ Ik vind het een realistisch beeld van veel bezit hebben. Je moet er vooral van genieten. Dat doe je door niet te hopen op wat je hebt aan bezit, maar door te vertrouwen op wat je bent: Gods eigen kind. Ach, een rijke die dat beseft doet zelfs wat in een collectebus.

O ja, vergeleken met de hele wereld zijn we allemaal rijk.