woensdag 3 april 2013

Waar is God verstopt?


De bijbel is het boek dat gaat over hoe God met de mensen om gaat. Daarom is het opvallend dat er een bijbelboek is waarin het woord God helemaal niet voorkomt. Alsof hij er helemaal niet is. Raar eigenlijk dat dit boek wel een plekje heeft gevonden in die verzameling boeken die samen de bijbel vormen. Of niet.

Er zit iets moois in, dat zo’n boek in de bijbel staat. Het is mijn ervaring dat het soms erg moeilijk is om iets van God te zien. ’s Morgens sta ik op, ik doe mijn werk en ’s avonds kruip ik weer braaf in mijn bedje. Maar in de tussentijd ervaar in niet voortdurend de aanwezigheid van de Heer. Er zijn tijden dat ik lang niets van hem merk. Zo lijkt het ook in het boek Esther te zijn.

Om in mijn leven meer van God te zien, moet ik anders kijken. Ik moet niet wachten tot ik op losse momenten zie hoe de Eeuwige met mij in contact treedt. Veel handiger is het om te kijken naar de grote lijnen in mijn leven. Dat ik er ben, is een teken van zijn liefde. Dat ik er nog steeds ben, is een bewijs van zijn trouw. Om dat te zien, moet ik eigenlijk een beetje tussen de gewone dagen doorkijken. Precies zoals in het bijbelboek Esther. Als je goed kijkt in dat boek, zie je hoe God er helemaal in zit.

Esther 1:1-9

tienerzwangerschap


Vraag aan een meisje van 15 hoe ze het zou vinden om zwanger te worden. Vol afschuw wordt er gereageerd. ‘ik moet er niet aan denken.’, ‘ of ‘dan is heel mijn toekomst weg,’ ‘daar ben ik nog veel te jong voor,’ ‘dan kan ik niet meer genieten of uitgaan.’ En het is waar. Als je nog zo jong bent, is het niet verstandig om een kind te krijgen. Gelukkig komen in Nederland de tienerzwangerschappen niet veel voor.
Maria is ongeveer 15 als ze te horen krijgt dat ze een kind zal krijgen. Lekkere boodschap. Hele toekomst weg. Zwanger, zo jong al. En nog niet eens getrouwd. Mensen roddelen als ze elkaar in de supermarkt tegenkomen. ‘Heb jij het al gehoord? Maria, ja die van Jozef, schijnt zwanger te zijn. Ze zegt dat het van God komt. Erg hè, ook voor haar ouders. Gelukkig is mijn dochter anders. Misschien is ze wel bezeten. Ik weet het niet hoor. Beetje eng.’

Je zou Maria zijn.

Lucas 1:26-33

loser kerk


De meeste kerken zijn veel te keurig en netjes. Het zijn allemaal brave mensen die zondags naar de kerk gaan. Ze bekijken elkaar of iedereen zich netjes aan de regels houdt. Als mensen afwijken van het paadje, dan zorgt het roddelcircuit er wel voor dat iedereen het snel weet. Zo zorgen de meeste christenen ervoor dat de kerk blijft bestaan uit ons-soort-mensen.

Een van de eerste gemeentes in de Bijbel is heel anders van samenstelling. Die club mensen bestaat uit mensen die op de vlucht zijn voor deurwaarders omdat ze schulden hebben. Een ander deel wordt gevormd door mensen die zo kwaad zijn op andere mensen dat ze vol wraakgevoelens rondlopen. Tot slot was er nog een groep mensen die op de vlucht was voor de politie. Ze waren in moeilijkheden geraakt op allerlei manieren.

David is de leider (of herder misschien wel) van deze groep mensen. Als hij zelf moet vluchten voor koning Saul, wordt hij gevolgd door ongeveer vierhonderd mensen die zich bij hem aansluiten. Ze leven samen, ze vechten samen en ze bidden samen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik blij ben niet bij die kerk te hebben gehoord.

1 Samuel 22:1-5

vragen voor Maria


Vragen voor Maria

Wat dacht je als eerste toen je Jezus zag? Dacht je: hier ligt de Zoon van God of gelukkig hij leeft?
Wat dacht je toen je zijn handen zag? Was je vertederd omdat zijn knuisjes zo klein waren? Dacht je aan spijkers die door zo’n handje heen kunnen?
Wat voelde je toen je hals over de kop moest vluchten naar Egypte? Angst of kracht? Dacht je, een kort moment, als Jezus er niet was, waren we veilig in Nazareth?
Wat dacht je als Jezus met vieze kleren thuis kwam van het spelen. Was je dan boos, omdat je meer was had? Of was je blij dat hij zo leuk had gespeeld? Was je bezorgd of hij wel vrienden had?
Wat voelde je toen Jezus voor het eerst Jozef ging helpen in de timmerwerkplaats. Was je bang dat hij met de zaag in zijn handen zou zagen? Was je trots op vader en zoon die samen zo’n mooi stel vormden?
Wat dacht je na jullie eerste reis naar Jeruzalem, waarbij Jezus weg was? Was je eigenlijk trots omdat hij zo slim was? Was je bezorgd dat hij gelijk zo in het middelpunt van de belangstelling stond?

Lucas 2:25-35

Vragen van Maria


God,

Is dit dan het einde van uw droom?

Stopt hier mijn leven?

Moest hij daarom geboren worden in een stal?

Waarom vluchtten wij naar Egypte, als het nu zo bruut eindigt?

Anderen liet hij opstaan uit de dood. Kan hij dat ook bij zichzelf?

Ziet u dan niet dat ik het zelf ben die daar hangt?

Wie zorgt er straks voor mij?

Maakt u er snel een einde aan, want dit is niet te dragen?

God, waarom heeft u ons verlaten?

Johannes 19:25-27

donderdag 18 oktober 2012

Hoe diep kan je vallen

Van onze verslaggever in Uz. De multimiljonair Job is in alle opzichten geruïneerd. In de eerste plaats had hij enorm veel geïnvesteerd in één bedrijf. Het noodlot sloeg keihard toe. Al zijn aandelen waren niets meer waard. Niemand had dat zien aankomen. Ook de beleggingsgoeroe Job niet. Op dezelfde dag zijn al zijn bedrijfspanden afgebrand. Het is nog onduidelijk of hier sprake is van toeval of dat er brand is gesticht. Wel is duidelijk dat Job geen enkele verzekering had afgesloten. Hij vertrouwde op zijn geluk of op God. Dat is niet helemaal duidelijk. Alsof het toeval ermee speelde, was vlak voor de vernietigende brand zijn privé-collectie van oude auto geroofd. Maar niet alleen zijn vermogen is verdampt. Bijna op hetzelfde moment ging ook zijn huis in vlammen op. Al zijn kinderen zijn daarbij verbrand. Mensen hebben Job nog zien rondlopen, maar niemand heeft hem gesproken. Hij liep aan zijn haar te trekken en schreeuwde maar: ‘ik ben bloot geboren en zo zal ik ook sterven. Ik heb niets meer. Maar ik blij geloven in God.’ Omstanders waren bang dat hij gek aan het worden was. Het schijnt dat hij zelf ziek is geworden. Maar wat hij heeft en of hij nog beter kan worden is niet duidelijk. Zelf is hij niet te bereiken voor commentaar. Hij heeft zich opgesloten op de wc. Zijn vrouw heeft gezegd dat Job maar vergeten moet worden. Eigenlijk wil niemand erover praten. Zijn vriend Bildad heeft gezegd voorlopig te zwijgen, uit respect voor Job. Job1:6-22

donderdag 21 juni 2012

Ik ben een slechte Nederlander

Mij zal je niet snel bij een voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal zien. Ik heb er een hekel aan als iedereen in het oranje gekleed gaat. Dat is toch gestoord gedrag. Stelletje kuddedieren. Alsof Nederland een eenheid is. Als dat elftal wint ben ik er ook helemaal niet trots op of blij mee. Je zal mij niet horen zeggen dat ‘wij’ gewonnen hebben. Dat slaat nergens op, want ik voetbal niet mee, gelukkig. Er zijn maar elf man (als er gewisseld is zijn dat er meer), die kunnen zeggen dat ‘wij’ gewonnen hebben. En winnen doet Oranje toch niet. Dat blijkt. Eigenlijk voel ik me niet zo Nederlander. Ik ben toevallig hier geboren, maar dat had ook ergens anders kunnen zijn. Ik ben blij als ik thuis ben, maar dat is niet omdat ik dan weer in Nederland ben. Ik vind het gewoon prettig om in mijn eigen bed te slapen. Ik weet eigenlijk niet wat ik er zelf van moet vinden dat ik zo denk. Ik voel dat gewoon zo. Ik zie alleen wel dat het in het Bijbelverhaal Esther anders is. Daar voelen de joden zich sterk verbonden met elkaar als volk. Het volk is in gevaar en dat treft iedereen. Zelfs de koningin dreigt ten onder te gaan. Maar zij zet zich helemaal in om haar volk te redden. Zij denkt wel: ‘ wij, het joodse volk.’ Als zij wint, wordt het hele volk gered. Misschien kan je beter hopen op Esther en haar missie, dan op een voetbalelftal. Ester 5